Zinnen bouwen
Lidwoord, naamwoord en bijvoeglijk naamwoord samen
Wat leer je hier?
Je bouwt een groep met een lidwoord, een zelfstandig naamwoord en één of twee adjectieven. Je gebruikt de al geleerde regels samen. Schrijf telkens de volledige woordgroep, geen zin.
Dit helpt vooraf
Dit helpt vooraf
Je kent de bepaalde en onbepaalde lidwoorden, de naamwoordmeervouden en de gewone en geselecteerde bijzondere adjectiefvormen. Je hebt ook de gebruikelijke plaats van het adjectief en des/de al geoefend.
Uitleg
Voorkennis en aanpak
Je kent de bepaalde en onbepaalde lidwoorden, de naamwoordmeervouden en de gewone en geselecteerde bijzondere adjectiefvormen. Je hebt ook de gebruikelijke plaats van het adjectief en des/de al geoefend.
Controleer het bedoelde aantal, het genus, de naamwoordvorm, de adjectiefvorm(en) en hun plaats. Behoud bij omzettingen en correcties de lidwoordfamilie: bepaald blijft bepaald, onbepaald blijft onbepaald. Kies bij bouwen de opgegeven familie.
Gebruik de gewone volgorde die je hebt geleerd: petit, grand, beau, nouveau en joli staan hier vóór het naamwoord; kleuren, français en chaud staan erachter. Dit zegt niet dat alle andere volgordes in iedere Franse context onmogelijk zijn. Betekenis- en nadrukverschillen door verplaatsing zijn hier geen leerdoel.
Bij onbepaald meervoud wordt des in de geschreven vorm die we hier oefenen de vóór een adjectief. Het bepaalde les verandert om die reden niet. Kijk bij le/la/l’ naar het direct volgende woord. Vaste uitzonderingscombinaties worden niet gevraagd.
Wat kun je hier oefenen?
- Bouw en breid uit met hulp
- Bouw zelf de groep
- Pas de hele groep aan
- Herstel de hele groep