Plaats en route
Waar is het? Welke weg neem je?
Wat leer je hier?
Je begrijpt een ruimtelijke relatie, kiest een passende plaatsuitdrukking en beschrijft een plaats of korte route. Je kent een basiszin met être, bekende lidwoorden en de eenvoudige instructievormen. De lidwoorden bij de woorden worden gegeven; je hoeft geen woordgeslacht te raden. Landen- en stadsvoorzetsels horen bij een ander doel.
Uitleg
Regelkaart — gebruiken als steun, niet als zelfstandig resultaat
| Plaatsuitdrukking | Betekenis in deze bank |
|---|---|
| sur / sous | op / onder |
| dans | in, binnen |
| devant / derrière | voor / achter; let op de voorkant van het gebouw of de kijkrichting |
| à côté de | naast |
| entre | tussen twee aangegeven referentiepunten |
| contre | tegen, met het in de situatie aangegeven contact |
| près de / loin de | dicht bij / ver van, volgens de duidelijke afstandscontext |
| à droite / à gauche | rechts / links vanuit je looprichting |
| jusqu’au | tot aan het aangegeven mannelijke enkelvoudige eindpunt |
Bij à côté de, près de en loin de blijft de bij de uitdrukking horen. De naamwoordgroepen worden gegeven, bijvoorbeeld la gare. Jusqu’au wordt hier alleen bij de gekozen mannelijke eindpunten gebruikt. Deze bank leert geen volledige nieuwe lijst van plaatsvoorzetsels.
In routes gebruik je ook de bekende bouwsteen tout droit = rechtdoor. De instructievormen Allez = ga, Tournez = sla af en Attendez = wacht zijn steun; het nieuwe doel is de ruimtelijke informatie kiezen en combineren. Tournez wordt gegeven als woordhulp, niet als nieuwe vervoegingstoets. Korte afzonderlijke zinnen volstaan: verbindingswoorden zijn geen nieuw doel.
Maak eerst een poging zonder bovenstaande betekeniskaart. De afzonderlijke woordhulp voor voorwerpen en plaatsen mag zichtbaar blijven. Wie de betekeniskaart gebruikt, oefent ondersteund; dat is nuttig maar bewijst nog geen zelfstandige relatiekeuze. Een gegeven plaatsgroep in de herselectie telt alleen als voorbereiding. De afbeeldingen en beschreven situaties horen bij de opgaven; toon de antwoordsleutel pas daarna.
Wat kun je hier oefenen?
- Begrijp en kies de plaats
- Beschrijf de plaats
- Herstel plaatsinformatie
- Begrijp de route
- Geef of herstel route-instructies