Werkwoorden

Venir en tenir

Wat leer je hier?

beide werkwoordfamilies gebruiken

Dit helpt vooraf

Dit helpt vooraf

Uitleg

Afbakening

Deze reeks behandelt:

  • venir: komen;
  • tenir: vasthouden, met enkele ondersteunde uitdrukkingen;
  • de vervoeging in het présent;
  • bevestigende en ontkennende zinnen.

De passé récent met venir de + infinitief hoort in een afzonderlijke reeks.

Vormkaart

Onderwerp Venir Tenir
je viens tiens
tu viens tiens
il / elle / on vient tient
nous venons tenons
vous venez tenez
ils / elles viennent tiennent

Vergelijk de stammen:

  • vien-/tien- bij het enkelvoud;
  • ven-/ten- bij nous/vous;
  • vienn-/tienn- bij ils/elles.

De dubbele n hoort dus bij viennent en tiennent.

Woord- en constructiehulp

Frans Nederlands
venir avec quelqu’un met iemand meekomen
venir de la bibliothèque uit de bibliotheek komen
venir à pied te voet komen
tenir la corde het touw vasthouden
tenir la porte ouverte de deur openhouden
tenir une promesse een belofte houden
tenir un stand een kraampje bemannen
tenir le rythme het tempo aanhouden
la poignée het handvat
le guidon het fietsstuur
le cerf-volant de vlieger
la laisse de leiband
la rampe de leuning

Let op: in venir de la bibliothèque volgt een plaats na de. Dat is geen passé récent.

De vormkaart en woordhulp blijven opvraagbaar. De antwoorden verschijnen pas bij de correctie.

Wat kun je hier oefenen?

  • Vul de persoonsvorm in
  • Kies de juiste vorm
  • Verbeter alleen het werkwoord
  • Bouw een volledige zin

Verder kijken

Bekijk de andere onderwerpen in deze categorie