Zinnen bouwen
Eenvoudige zinnen verbinden
Wat leer je hier?
Je verbindt korte bekende zinnen zodat duidelijk wordt wat samen hoort, wat daarna gebeurt, waarom iets gebeurt of wat een tegenstelling vormt. Je bouwt daarmee een kort begrijpelijk tekstje. De Franse werkwoordvormen en woordgroepen zijn gegeven: nieuwe vervoegingen zijn geen doel.
Dit helpt vooraf
Dit helpt vooraf
Eenvoudige basiszin
Uitleg
Wat oefen je?
Functiekaart
| Verbinding | Waarvoor gebruik je die hier? |
|---|---|
| et | Een activiteit of boodschap toevoegen. |
| puis | Vertellen wat daarna gebeurt. |
| ensuite | Vertellen wat daarna gebeurt. |
| parce que | De reden geven waarom iets gebeurt. |
| mais | Een tegenstelling duidelijk maken. |
| quand | Aangeven wanneer iets gebeurt, hier bij eenvoudige gewoonten in het présent. |
We noemen dit verbindingswoorden. Puis en ensuite ordenen de boodschap; je hoeft hier geen grammaticale woordsoorten te benoemen. Waar je alleen ‘daarna’ moet uitdrukken, kunnen puis en ensuite allebei passen. Soms vraagt de opdracht expliciet één vorm om die te oefenen.
Behoud wie wat doet. Bij et of puis kunnen twee handelingen binnen één zin hetzelfde onderwerp delen. Bij een ander onderwerp moet dat tweede onderwerp blijven staan. Na parce que of quand gebruiken we hier telkens een volledige combinatie van onderwerp en werkwoord. Een vooropgeplaatst stukje met quand krijgt daarna ook een hoofdzin: de hele boodschap moet af zijn.
Je kunt puis of ensuite aan het begin van een volgende volledige zin gebruiken. Die zin houdt haar onderwerp. De voorbeelden gebruiken daar een komma; die komma is niet verplicht. Een zin met quand vooraan verbinden we hier met een komma aan de hoofdzin. Schrijf parce qu’il en parce qu’elle wanneer die vormen nodig zijn.
Wat kun je hier oefenen?
- Kies het bedoelde verband
- Verbind twee boodschappen
- Bouw een kort begrijpelijk bericht
- Herstel betekenis en zinsbouw