Werkwoordstijden

Passé récent: wat is net gebeurd?

Wat leer je hier?

een recente handeling formuleren

Dit helpt vooraf

Dit helpt vooraf

Venir en infinitief

Uitleg

Vormkaart

Onderwerp + venir in het présent + de/d’ + infinitief

Onderwerp Voorbeeld
je je viens de finir
tu tu viens de finir
il / elle / on vient de finir
nous nous venons de finir
vous vous venez de finir
ils / elles viennent de finir

Je vervoegt alleen venir. Het andere werkwoord blijft een infinitief.

De of d’?

Voor een klinker of een doffe h wordt de verkort tot d’:

  • Elle vient de fermer la porte.
  • Nous venons d’ouvrir la boîte.
  • Vous venez d’habiller le bébé.

Betekenisverschil

  • Je viens de la piscine. → Ik kom van het zwembad.
  • Je viens de nager. → Ik heb net gezwommen.

In de eerste zin volgt een plaats. In de tweede volgt een infinitief.

Ontkenning

Onderwerp + ne + venir + pas + de/d’ + infinitief

  • Je ne viens pas de terminer.
  • Nous **ne venons pas d’**arriver.

De ontkenning staat rond de vervoegde vorm van venir.

Betekenis: de ontkenning zegt dat iets niet zonet gebeurd is. Ze betekent niet automatisch dat het helemaal niet gebeurd is.

Bijvoorbeeld:

Elle ne vient pas de rentrer : elle est ici depuis une heure.

Ze is niet net thuisgekomen: ze is hier al een uur.

Wat kun je hier oefenen?

  • Vul de vorm van venir in
  • Wat betekent de zin?
  • Zet de woordgroepen in de juiste volgorde
  • Verbeter de werkwoordgroep
  • Bouw de zin bij de situatie

Verder kijken