Werkwoordstijden

Bekende werkwoordstijden door elkaar

Wat leer je hier?

présent, futur proche, passé récent en passé composé onderscheiden

Dit helpt vooraf

Dit helpt vooraf

Uitleg

De vier tijden op de tijdlijn

Tijd Gebruik Voorbeeld
passé composé iets gebeurde in het verleden J’ai fermé la porte hier.
passé récent iets is zonet gebeurd Je viens de fermer la porte.
présent iets gebeurt nu of regelmatig Je ferme la porte maintenant.
futur proche iets gaat binnenkort gebeuren Je vais fermer la porte.

Vormhulp

Tijd Opbouw
présent onderwerp + persoonsvorm
passé récent onderwerp + venir + de/d’ + infinitief
passé composé onderwerp + avoir/être + participe passé
futur proche onderwerp + aller + infinitief

Signaalwoorden

Tijd Mogelijke aanwijzingen
passé composé hier, avant-hier, la semaine dernière, il y a deux jours
passé récent il y a quelques secondes, il y a quelques minutes, à l’instant
présent maintenant, aujourd’hui, chaque jour, d’habitude
futur proche bientôt, dans une heure, ce soir, la semaine prochaine

Een signaalwoord is geen automatisch voorschrift voor één tijd. Ook de bedoelde boodschap en de gevraagde vorm bepalen het antwoord. In deze bank oefenen we de vier genoemde vormen, zonder historisch présent of futur simple.

Wat kun je hier oefenen?

  • Kies de passende tijd en werkwoordgroep
  • Benoem de gebruikte tijd
  • Vorm de gevraagde tijd
  • Verbeter de tijd of werkwoordgroep

Verder kijken