Werkwoordstijden

Passé composé: avoir en être door elkaar

Wat leer je hier?

Passé composé: avoir en être door elkaar

Dit helpt vooraf

Dit helpt vooraf

Voorkennis: Passé composé met avoir: regelmatige vormen, Passé composé met avoir: onregelmatige vormen en Passé composé met être; voor reeks D Niet: ne…pas en Lidwoorden in ontkennende zinnen. Wederkerende werkwoorden maken geen deel uit van deze gemengde keuzeoefeningen. Het beslisschema geldt uitsluitend voor de hier opgegeven constructies.

Uitleg

Afbakening

Deze reeks combineert:

  • regelmatige en onregelmatige voltooid deelwoorden;
  • avoir als hulpwerkwoord;
  • de werkwoorden van la maison d’être;
  • het accord bij être;
  • bevestigende en ontkennende zinnen.

Beslisschema

  1. Zoek het hoofdwerkwoord.
  2. Staat het werkwoord in de geleerde maison d’être en wordt het gebruikt in de geleerde plaatsconstructie?
    • Ja: gebruik être.
    • Nee: gebruik in deze oefeningen avoir.
  3. Vorm het voltooid deelwoord.
  4. Pas bij être het voltooid deelwoord aan het onderwerp aan.
  5. Plaats bij een ontkenning ne/n’ … pas rond het hulpwerkwoord.

Belangrijke vergelijking

  • Emma a rangé sa chambre.
  • Emma est rentrée dans sa chambre.
  • Elles ont choisi une activité.
  • Elles sont parties après l’activité.
  • Lina a été malade.

Het werkwoord être vormt zijn eigen passé composé met avoir: avoir + été.

Wat kun je hier oefenen?

  • Kies het juiste hulpwerkwoord
  • Vorm de volledige werkwoordgroep
  • Verbeter de werkwoordgroep
  • Bouw een ontkennende zin

Verder kijken