Werkwoordstijden
Passé composé: avoir en être door elkaar
Wat leer je hier?
Passé composé: avoir en être door elkaar
Dit helpt vooraf
Dit helpt vooraf
Voorkennis: Passé composé met avoir: regelmatige vormen, Passé composé met avoir: onregelmatige vormen en Passé composé met être; voor reeks D Niet: ne…pas en Lidwoorden in ontkennende zinnen. Wederkerende werkwoorden maken geen deel uit van deze gemengde keuzeoefeningen. Het beslisschema geldt uitsluitend voor de hier opgegeven constructies.
Uitleg
Afbakening
Deze reeks combineert:
- regelmatige en onregelmatige voltooid deelwoorden;
- avoir als hulpwerkwoord;
- de werkwoorden van la maison d’être;
- het accord bij être;
- bevestigende en ontkennende zinnen.
Beslisschema
- Zoek het hoofdwerkwoord.
- Staat het werkwoord in de geleerde maison d’être en wordt het gebruikt in de geleerde plaatsconstructie?
- Ja: gebruik être.
- Nee: gebruik in deze oefeningen avoir.
- Vorm het voltooid deelwoord.
- Pas bij être het voltooid deelwoord aan het onderwerp aan.
- Plaats bij een ontkenning ne/n’ … pas rond het hulpwerkwoord.
Belangrijke vergelijking
- Emma a rangé sa chambre.
- Emma est rentrée dans sa chambre.
- Elles ont choisi une activité.
- Elles sont parties après l’activité.
- Lina a été malade.
Het werkwoord être vormt zijn eigen passé composé met avoir: avoir + été.
Wat kun je hier oefenen?
- Kies het juiste hulpwerkwoord
- Vorm de volledige werkwoordgroep
- Verbeter de werkwoordgroep
- Bouw een ontkennende zin