Werkwoordstijden

Passé composé met avoir: regelmatige vormen

Wat leer je hier?

een afgeronde handeling formuleren

Dit helpt vooraf

Dit helpt vooraf

Avoir en voltooid deelwoord

Uitleg

Afbakening

Deze eerste reeks over de passé composé behandelt:

  • avoir als hulpwerkwoord;
  • voltooid deelwoorden volgens de patronen van de al gekende werkwoordtypes; ouvert/offert/couvert zijn bijzondere vormen, geen algemene regel voor alle -ir-werkwoorden;
  • de plaats van het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord;
  • bevestigende en ontkennende zinnen;
  • tijdsaanduidingen voor het verleden.

De volgende onderdelen komen later afzonderlijk:

  1. onregelmatige voltooid deelwoorden zoals eu, été, fait, bu, pu en voulu;
  2. werkwoorden die être als hulpwerkwoord krijgen;
  3. het accord van het voltooid deelwoord met het onderwerp bij être.

Gebruik

De passé composé vertelt wat iemand in het verleden gedaan heeft of wat gebeurd is.

  • J’ai terminé mon travail.
  • Nous avons visité le musée.
  • Elle a répondu hier soir.

Mogelijke tijdsaanduidingen:

  • ce matin — vanmorgen;
  • hier — gisteren;
  • avant-hier — eergisteren;
  • la semaine passée — vorige week;
  • le weekend dernier — vorig weekend;
  • il y a deux jours — twee dagen geleden;
  • il y a longtemps — lang geleden.

Vorming

Onderwerp + avoir in het présent + participe passé

Onderwerp Hulpwerkwoord Voorbeeld
j’ ai J’ai regardé.
tu as Tu as choisi.
il / elle / on a Elle a dormi.
nous avons Nous avons ouvert.
vous avez Vous avez attendu.
ils / elles ont Ils ont répondu.

Je vervoegt het hoofdwerkwoord niet volgens het onderwerp. Je vormt er een voltooid deelwoord van.

Vorming van het voltooid deelwoord

Werkwoordtype Vorming Voorbeelden
werkwoorden op -ER -é parler → parlé; ranger → rangé
type finir -i finir → fini; choisir → choisi
type partir -i dormir → dormi; servir → servi
type ouvrir -ert ouvrir → ouvert; offrir → offert
type attendre -u attendre → attendu; vendre → vendu

Let op: partir zelf krijgt later être als hulpwerkwoord. In deze reeks gebruiken we van dat vervoegingstype onder andere dormir, servir en sentir.

Met avoir blijft het voltooid deelwoord in deze zinnen gelijk:

  • Elle a choisi.
  • Elles ont choisi.
  • Il a ouvert.
  • Ils ont ouvert.

Ontkenning

Onderwerp + ne/n’ + avoir + pas + voltooid deelwoord

  • Je n’ai pas terminé.
  • Nous n’avons pas répondu.
  • Elle n’a pas ouvert la porte.
  • Ils n’ont pas choisi ce jeu.

Voor een klinker of een doffe h gebruik je n’. De ontkenning staat rond het hulpwerkwoord.

Wat kun je hier oefenen?

  • Vul het hulpwerkwoord in
  • Vorm het voltooid deelwoord
  • Kies de juiste werkwoordgroep
  • Verbeter de werkwoordgroep
  • Bouw een ontkennende zin

Verder kijken