Zinnen bouwen
Passé composé in volledige zinnen
Wat leer je hier?
Je combineert de al geleerde bouwstenen van de passé composé. In A benoem je de aangegeven delen en herschrijf je daarna de volledige zin met het nieuwe onderwerp. In B schrijf je een hele présentzin als een gebeurtenis van gisteren in de passé composé. Behoud alle overige informatie en de eventuele ontkenning. Gebruik de opgegeven start Hier,.
Dit helpt vooraf
Dit helpt vooraf
Je kent avoir/être in de présent en de bijbehorende passé-composébanken: Passé composé met avoir: regelmatige vormen, Passé composé met avoir: onregelmatige vormen en Passé composé met être. Bij 3, 8, 9 en 10 zijn ook Wederkerende werkwoorden in de présent / Wederkerende werkwoorden in de passé composé nodig; bij 7 en 9 de basisontkenning. De woordensteun geeft infinitieven/betekenissen en waar nodig de personen of groep; het nieuwe participe staat in B niet in de vraag.
Uitleg
Voorkennis en grenzen
Je kent avoir/être in de présent en de bijbehorende passé-composébanken: Passé composé met avoir: regelmatige vormen, Passé composé met avoir: onregelmatige vormen en Passé composé met être. Bij 3, 8, 9 en 10 zijn ook Wederkerende werkwoorden in de présent / Wederkerende werkwoorden in de passé composé nodig; bij 7 en 9 de basisontkenning. De woordensteun geeft infinitieven/betekenissen en waar nodig de personen of groep; het nieuwe participe staat in B niet in de vraag.
De être-werkwoorden en wederkerende constructies zijn uitsluitend bekende basisgevallen. In deze wederkerende taken past het participe bij het onderwerp; dit is geen algemene regel voor iedere wederkerende constructie. Er zijn geen aparte rechtstreekse voorwerpen bij die wederkerende taken. Overeenkomst met een voorafgaand COD en nieuwe tijdsregels worden niet gevraagd.
Bij avoir krijgt het participe in deze zinnen geen uitgang wegens het onderwerp. Bij het aangeleerde être-patroon controleer je genus en getal. Het wederkerende voornaamwoord blijft vóór het hulpwerkwoord; ne/pas staat bij ontkenning rond die groep. Maak eerst zelf een poging; met een regel-/vormkaart telt ze als ondersteund. Toon oplossingen en feedback pas erna.
Wat kun je hier oefenen?
- Herken de delen en pas de hele zin aan
- Van nu naar een gebeurtenis van gisteren