Zinnen bouwen
Ontkennende zinnen bouwen
Wat leer je hier?
Je gebruikt de al geleerde ontkenningen pas, plus en jamais in een volledige zin. Schrijf telkens de hele zin in verzorgd geschreven Frans. Begin met het onderwerp en zet de gegeven plaats- of tijdgroep achteraan. Neem de overige boodschap over. In B en C kies je zelf welke ontkenning de bedoelde betekenis precies weergeeft.
Dit helpt vooraf
Dit helpt vooraf
Je kent de basiszinsbouw, Niet: ne…pas / Niet meer en nooit: ne…plus, ne…jamais en het lidwoord na ontkenning (Lidwoorden in ontkennende zinnen). Opgaven 7 en 12 gebruiken ook Hoeveelheden: du, de la, de l’ en des. Opgaven 2, 9 en 13 gebruiken wederkerend présent (Wederkerende werkwoorden in de présent), opgave 3 futur proche (Futur proche: wat gaat er gebeuren?), opgave 4 vouloir plus infinitief (Pouvoir en vouloir), opgaven 10 en 14 passé composé (Passé composé met avoir: regelmatige vormen). Bied een opgave pas na die voorkennis aan. De vormen en de eenvoudige betekenissteun zijn gegeven; de opdracht toetst het combineren, niet het opnieuw leren vervoegen.
Uitleg
Voorkennis en steun
Je kent de basiszinsbouw, Niet: ne…pas / Niet meer en nooit: ne…plus, ne…jamais en het lidwoord na ontkenning (Lidwoorden in ontkennende zinnen). Opgaven 7 en 12 gebruiken ook Hoeveelheden: du, de la, de l’ en des. Opgaven 2, 9 en 13 gebruiken wederkerend présent (Wederkerende werkwoorden in de présent), opgave 3 futur proche (Futur proche: wat gaat er gebeuren?), opgave 4 vouloir plus infinitief (Pouvoir en vouloir), opgaven 10 en 14 passé composé (Passé composé met avoir: regelmatige vormen). Bied een opgave pas na die voorkennis aan. De vormen en de eenvoudige betekenissteun zijn gegeven; de opdracht toetst het combineren, niet het opnieuw leren vervoegen.
Maak eerst een poging zonder regelkaart of oplossing. Woordbetekenissen mogen zichtbaar blijven. Wanneer je een regelkaart gebruikt, noteer je die poging als ondersteund. Antwoorden en feedback verschijnen pas na je poging. De delen in A zijn bewust gegeven; die opgaven tellen als ordening, niet als zelfstandige keuze van het ontkenningswoord.
De opdrachten vragen gewone ontkenningen zonder contrast tussen twee voorwerpen. We toetsen geen nieuwe ontkenningswoorden, ontkenning van alleen een infinitief of nieuwe tijden.
Wat kun je hier oefenen?
- Orden de hele ontkennende zin
- Kies de betekenis en bouw de hele zin
- Herstel betekenis en vorm